Michel Rolland’s controversiële Clos de los Siete

23/11/2005 | Door | Categorie: Oude site |

Gastauteur: Dan Kravitz (VS)

Nvdr.: dit artikel werd gecorrigeerd op 24/11/05, omdat er fouten waren geslopen in de vertaling van de proefnotities. De 2002 Lindaflor (rood) werd toegevoegd, en de 2004 Lindaflor Chardonnay (wit) kreeg de correcte proefnotitie mee (voorheen werd die incorrect geïndentificeerd als 2002 Lindaflor).

De Franse wijnconsulent Michel Rolland, bijgenaamd "de vliegende wijnmaker", is een van de meest controversiële figuren in de wijnwereld van vandaag. Velen prijzen hem voor het verbeteren van
talloze wijnen uit de ganse wereld (meest in het oog springend de Amerikaanse wijncriticus Robert Parker). Anderen veroordelen hem, omdat zijn op basis van Bordeaux-variëteiten gemaakte wijnen "terroir"
inruilen voor een simpele fruitbomstijl, ongeacht de locatie waar ze vandaan komen. Hij is de voor de hand liggende boosdoener in de recente wijndocumentaire Mondovino (zie: Wijnfilmidee: Mondovino).

Ik ontmoette Michel Rolland één keer ongeveer twintig jaar geleden, voor hij Rijk en Beroemd werd. Hij was aardig, gepassioneerd over wijn (vooral dan zijn eigen Pomerol, Chateau Bon Pasteur) en
duidelijk heel slim en competent zonder neerbuigend te zijn. Ik heb talrijke wijnen geproefd waarvan hij de consulent was. Mijn algemene indruk over zijn invloed was tot nu toe positief.


Zelfs Michel Rolland is niet in staat om honderd producenten te micromanagen. Daarom geloof ik dat zijn invloed op de wijnwereld in toenemende mate negatief is.

Rolland’s Argentijnse project heeft "Clos de los Siete". "Clos" is in het Frans een ommuurde wijngaard. "de los Siete" betekent in het Spaans "van de zeven". De naam heeft betrekking op een
monumentaal wijngaardproject dat eigendom is van Rolland en zes zeer rijke Franse investeerders. (Nvdr: Met de investering is ruim vijftig miljoen dollar gemoeid.) De namen van die investeerders zijn
mij verteld. Een of twee van hen klonken me mogelijk bekend in de oren. Benjamin Rothschild was de enige naam die ik met zekerheid herkende.
Terwijl ik voor zaken in Argentinië was, hoorde ik dat een van de eigenaren op zoek was naar een Amerikaanse distributeur. Ik wist weinig af van het project, maar was geïnteresseerd. Op 15 november
2005 zorgde mijn Argentijnse agent voor een afspraak de volgende dag.
Clos de los Siete ligt in Tunuyan, een van de drie topdistricten in de Valle de Uco regio van Mendoza. Dit is de wijnregio in Mendoza die het hoogst is gelegen. Traditioneel komen de beste
Mendoza-wijnen van de iets lager gelegen ‘Primera Zona’ (eerste zone) in Lujan de Cuyo. Maar veel mensen denken nu dat Valle de Uco de beste wijnen produceert of zal produceren.
Clos de los Siete is een aaneengesloten perceel dat meer dan 850 hectaren groot is. Vierhonderd hectaren daarvan zijn beplant, nog eens vierhonderd zullen binnenkort beplant worden en de resterende
ruimte is bestemd voor gebouwen en productiefaciliteiten. Het is niet ommuurd, maar wel omheind. Drie wijnmakerijen zijn momenteel al in bedrijf, met een vierde onder constructie en verschillende
andere gepland. (Ik weet niet of Rolland zijn eigen wijnmakerij zal bouwen.) De grond is proportioneel verdeeld tussen de zeven eigenaren, maar varieert wel volgens hoogte. Ik veronderstel dat de
investeerders die de lager gelegen gronden bezitten, minder betaalden dan de eigenaren van de hogere percelen of grotere percelen kregen; die van de hogere percelen meer. Rolland bezit persoonlijk de
hoogste sectie van Clos de los Siete.
Argentijnse wijngaarden worden van oudsher weinig dicht beplant met een verdeling van ongeveer veertienhonderd- tot tweeduizend wijnranken per hectare en hebben (in verhouding tot de bescheiden
Argentijnse wijnprijzen) eerder bescheiden opbrengsten van tien tot vijftien ton per hectare. De wijngaarden van Clos de los Siete zijn daarentegen redelijk druk beplant met een verdeling tussen 3.700
en vijfduizend wijnranken per hectare. De opbrengsten zijn ook laag en variëren van vijf tot iets meer dan tien ton per hectare (25 hl/ha). De wijngaarden zijn beplant in kleine percelen van ongeveer
twee hectare elk.

Alle eigenaren plantten op de eerste plaats Malbec, aangevuld met Cabernet Sauvignon, Merlot en (in de meeste gevallen) een beetje Cabernet Franc. Ik vermoed dat dit een vereiste was. Elke eigenaar
koos ook een aantal andere variëteiten. Ik herinner me niet alle namen op de kaart die ik te zien kreeg, maar zeker Petit Verdot, Syrah, Chardonnay, Sauvignon Blanc en (op Rolland’s hoogste en dus
koelste sectie) Pinot Noir stonden er zeker op.
Elke eigenaar bestemt ongeveer tachtig à vijfentachtig procent van zijn productie voor de standaard Clos de los Siete assemblagewijn, die in de VS minder dan tien dollar kost, terwijl hij twintig
dollar kost in Argentinië zelf. (Ik weet niet waarom de basiswijn duurder is in het thuisland.) Elke eigenaar gebruikt de overblijvende druiven om wijnen te produceren onder een eigen merk of merken,
maar Clos de los Siete wordt meestal wel ergens op het etiket vermeld.


Aroma’s van rauwe eik, rauwe eik én rauwe eik. De mond wordt gedomineerd door rauwe eik.

De wijnmakerij die ik bezocht heet Monteviejo. (Nvdr: Monteviejo is eigendom van Catherine Péré-Vergé, die ook eigenares is van Ch. Montviel
in Pomerol en Ch. la Gravière in Lalande-de-Pomerol.) Zij produceren en bottelen wijnen voor andere eigenaren die (nog) geen eigen productiefaciliteit bezitten. Michel Rolland’s eigen wijnen worden
momenteel eveneens door Monteviejo gemaakt en gebotteld. Voor hun eigen productie bottelen ze wijnen onder de namen (van minst tot meest dure) Festiva, Petit Fleur, Monteviejo en Lindaflor. Wanneer
die in de VS op de markt komen, zien de prijzen er aldus uit: $12 voor Festiva, $27 voor Petit Fleur, $36 voor Lindaflor Chardonnay, $43 voor Monteviejo and $57 voor Lindaflor. Tijdens mijn bezoek
proefde ik de 2003 Petit Fleur, 2004 Monteviejo, 2002 Lindaflor en 2004 Lindaflor Chardonnay. De dag erop kocht ik uit nieuwsgierigheid ook nog de 2003 Clos de los Siete.
Clos de los Siete ligt tachtig kilometer ten zuidwesten van de stad Mendoza, nabij het kleine dorpje Vistaflores. De ingang ligt verborgen enkele kilometers aan het einde van een zandweg. Er staan
twee grote borden aan de ingang, met informatie over de architecten en de aannemers die op de site aan het werk zijn. Nergens is er echter een bord te bespeuren met Clos de los Siete. De ingang wordt
afgesloten door een massieve poort. (De meeste Argentijnse wijnmakerijen hebben bemande ingangen, maar niet van deze omvang; het westen van het land geniet de ondertussen grotendeels onverdiende
reputatie voor onveiligheid en banditisme.)
We hadden een afspraak met de hoofdwijnmaker om 9 uur in de ochtend. Toen we vijf minuten eerder aan de poort arriveerden, vertelde men ons dat de wijnmaker nog niet was gearriveerd en dat ze de
wijnmakerij zouden bellen voor meer informatie. (Ik bezocht het domein samen met mijn Argentijnse agent en vriend, Eduardo Conill, die alle logistiek afhandelt voor mijn bezoeken, proeverijen en
expeditie in Argentinië, wat overigens maar een klein percentage vertegenwoordigt van zijn business.) Na een wachttijd van vijftien minuten, mochten we binnen.

De Monteviejo-wijnmakerij bevindt zich anderhalve kilometer verder langs een aarden weg en is groots en indrukwekkend. Het gebouw wordt grotendeels verborgen door een massieve aarden wal die beplant
is met wijnranken. Later vertelde men ons dat deze wal gebouwd werd om de wijnmakerij te isoleren. Dit is ofwel onzin ofwel onkunde van de zijde van de ontwerpers, want de wal ligt op het zuidoosten,
terwijl het zonlicht van het noorden komt. Als de uitrusting voor het wijnmaken zich binnen in het gebouw effectief onder de wal bevindt, dan zou dit een klein maar positief isolerend effect hebben,
maar het is zeker niet het meest efficiënt.
Een welbespraakte jonge dame begroette ons in de enorme ontvangsthal. Ze vertelde ons dat de hoofdwijnmaker ongelukkig genoeg verhinderd was in Mendoza en dat de productiemanager ons een proeverij zou
geven. We wezen een rondleiding door het gebouw af, omdat we nog andere afspraken moesten afhandelen. De licht ontvlambare en enthousiaste productiemanager, Facundo Pereira, bombardeerde ons tijdens
de proeverij met productiedetails en statistieken. Om een of andere reden kregen we de goedkoopste botteling, Festiva, niet te zien. Ook was men niet van plan de Lindaflor Chardonnay te presenteren,
want de 2004 is al uitverkocht en de 2005 nog niet gebotteld (dit ondanks het feit dat ik jaarlijks duizenden wijnen proef uit tank of vat). Uiteindelijk was men zo vriendelijk toch de 2004 te openen
nadat we de rode wijnen hadden geproefd.
Hierna volgen mijn proefnotities en scores:

2003 Petit Fleur – Diep karmijnrood. Rijke aroma’s die wijzen op een assemblage van Malbec (met viooltjes) en een beetje Cabernet Sauvignon (met hints van cassis). Gematigd rijk in de mond,
waarbij de cassis plaats ruimt voor enigszins simpel zwart kersenfruit, ondersteund door goed geïntegreerde eik. Eindigt een beetje kort en droog. 87,61/100, klaar om te drinken. Standaard
verkoopprijs ongeveer $27. De Amerikaanse wijncriticus Steve Tanzer gaf deze wijn 87/100.

2004 Monteviejo – Merkwaardig geavanceerde kleur. Zware aroma’s van gebrande eik met een beetje Malbec viooltjes en wat ijzer, samen met een hint van aarde. [Deze wijn is blijkbaar vooral
Malbec, met kleine hoeveelheden Syrah, Cabernet Sauvignon en Merlot.] Eik domineert de mond bijna zo erg als de neus. Het mondgevoel is overvloedig met een beetje ongedefinieerd zwart fruit, maar de
algemene indruk is die van een wijn waar overdreven met de eiksplinters werd gestrooid: de eik domineert zo erg dat alle andere smaken zowat worden weggeduwd. 66/100 voor mij. Moet $43 kosten. Steve
Tanzer gaf hem 88/100.

2002 Lindaflor – Diepste kleur. Pure, opwindende Malbec-aroma’s met viooltjes, ijzer, merkbare toetsen van aarde en mineralen en zwart kersenfruit. Gesloten en krachtig in de mond, met zwart fruit dat ondersteund wordt door wilde bloemen (viooltjes, rozen, peperige Oost-Indische kers). Nerveus en stevig met overvloedige maar fijne en rijpe tannines. Weelderig en vol mondgevoel, ondanks een nogal abrupte afdronk. Dit is veruit de jongste van de drie wijnen en ook de beste bij een marge. 91,90, met mogelijk een of zelfs twee punten verbetering nog mogelijk. Verkoopprijs $57. 90 punten van Steve Tanzer.

2004 Lindaflor Chardonnay – Donkergele kleur. Aroma’s van rauwe eik, rauwe eik én rauwe eik. De mond wordt gedomineerd door rauwe eik (ca. 70% van het smaakprofiel), doorweven met bijtende,
klaarblijkelijk kunstmatige zuren (20% van het smaakprofiel). Deze twee componenten schakelen de kleine hoeveelheden geel, plakkerig tropisch fruit zowat uit (10% van het smaakprofiel). Geen punten
gegeven (= minder dan 50/100 of ondrinkbaar). Verkoopt voor $36, maar is al uitverkocht. 89/100 voor Steve Tanzer.

2003 Clos de los Siete – Donkere robijnrode kleur. Mooie aroma’s van zwarte kersen, rode bessen en een kleine beetje Oosterse specerijen. In de mond mooi rijp fruit, vooral dan van Malbec,
waarbij de zwarte kersen ondersteund worden door een florale component; minder kruidig dan de neus. Bijna geen hout te bespeuren. Mooi mondgevoel, maar nogal rijpe tannines. Enigszins heet, vooral dan
in de afdronk. 88,45/100. Klaar om te drinken. Verkoopt voor $12-$18 in de VS, $16-$20 in Argentinië (?!?). Steve Tanzer gaf deze wijn 89.

Ik zou dit artikel niet kunnen schrijven, als het niet virtueel onmogelijk voor me zou zijn om Monteviejo in de VS te vertegenwoordigen. Mijn importzaak is substantieel gegroeid over de afgelopen
twintig jaren, vooral dan in de afgelopen vier jaren, maar ik geloof dat ze nog altijd veel te klein is om investeerders / producenten van dit niveau te kunnen overwegen. Van mijn kant zou ik
Monteviejo toch nooit kunnen vertegenwoordigen als het me niet toegelaten zou zijn om te weigeren de Monteviejo en Lindaflor Chardonnay te verkopen. Ik zou ook inspraak willen krijgen in de productie.
Het lijkt me uitgesloten dat een van beide voorwaarden, laat staan beide aanvaardbaar zouden zijn voor de eigenaren en het management.


Het punt is niet dat ik een expert ben in Argentijnse wijnen. Dat ben ik niet. Het punt is dat Michel Rolland in een vacuüm opereert.

Dit laat me vrij om publiekelijk te filosoferen over dit project en de invloed van Michel Rolland. Aan de ene kant is het een enorme, internationaal erg zichtbare investering in een land dat zoiets
zeker kan gebruiken. Aan de andere kant is dit een enorme, internationaal erg zichtbare investering en indringing in een wijnindustrie die al een geschiedenis heeft van fijne en grote wijnen en die
minstens zo oud is als die van Californië. Ik ben blij dat Clos de los Siete bestaat, maar ik stel me vragen bij zijn omvang en ontwikkeling.
Michel Rolland is duidelijk een briljante mens, met een energieniveau waarvan gewone stervelingen slechts kunnen dromen. Ik blijf geloven dat zijn invloed op wijn over zijn ganse carrière positief is
geweest. Ik moet mezelf nu afvragen of dit nog steeds zo is. Hij consulteert blijkbaar honderd wijnproducenten, verspreid over een dozijn landen en op elk wijnproducerend continent. Hij heeft zelf
gezegd: "Ik ben niet overal wanneer de oogsttijd aanbreekt." Ik geloof gewoonweg niet dat een mens, zelfs niet met Rolland’s genie en energie, recht kan doen aan honderd producenten, zelfs niet met
een of meer laboratoria die dozijnen competente enologen en technici in dienst hebben. Als hij een methodologie zou verkopen in plaats van consulent te spelen dan zou ik me meer comfortabel voelen. In
een bepaald opzicht is het precies dat wat hij doet, alleen noemt hij het kind niet bij zijn naam.

Rolland heeft ooit gezegd: "In elk heet land [waarbij hij zeker Argentinië rekent] plukken we de druiven met hoge suikergehaltes. Want als je goede fenologische componenten wilt, dan moet je wachten."

Ik ben het daar niet mee eens. Over de jaren proefde ik minstens honderd fijne tot grote Argentijnse rode wijnen met minder dan 14% alcohol, en minstens de helft met minder dan 13%. Zeer weinig mensen
hebben die ervaring; waarschijnlijk slechts een handvol niet-Argentijnen. Het toeval wil dat ik neven heb in Buenos Aires die vroeger in Mendoza woonden (ze werken niet in de wijnindustrie, maar het
zijn wel wijnliefhebbers). Ik bezocht Argentinië vele malen, de eerste keer in 1973 en spreek redelijk goed Spaans. Tegen het midden van de jaren negentig wist ik wat ik mocht verwachten van Malbecs
uit Lujan de Cuyo verus Malbecs uit Maipu.
Het punt is niet dat ik een expert ben in Argentijnse wijnen. Dat ben ik niet. Het punt is dat Michel Rolland in een vacuüm opereert. Ik ga ervan uit dat hij breed geproefd heeft wat beschikbaar is
van Argentinië, maar het is vrijwel onmogelijk dat hij diep heeft geproefd. De historische wijnen uit het land zijn vrijwel onvindbaar.
Hij beweert dat goede Argentijnse wijndruiven geplukt moeten worden met hoge suikergehaltes. Hij heeft het verkeerd voor. Ik heb tientallen fijne en grote Malbecs van Lujan de Cuyo geproefd (een
gebied met vermoedelijk een nog iets hogere gemiddelde temperatuur dan Clos de los Siete) die minder dan 14% alcohol hebben. Wat hij zegt is hetzelfde zeggen als dat het nooit mogelijk was om een
grote Lafite te maken met minder dan 13% alcohol, terwijl minstens dertig jaargangen gespreid over 200 jaar zijn ongelijk bewijzen. Ik weet weinig van viticultuur, maar als suikerrijpheid vooruitloopt
op fenologische rijpheid waarom gebruik je dan geen minder vitale wortelstokken om het probleem op te lossen?

Michel Rolland maakt deel uit van een historische groep eerlijke, zeer intelligente consulenten uit Bordeaux, die alles te danken hebben aan Emile Peynaud. Ze zorgden voor een enorme vooruitgang in de
kwaliteit van de wijnen die de afgelopen vijftig jaar wereldwijd worden geproduceerd van Bordeaux-variëteiten. Vandaag zijn hun ideeën en methoden op ruime schaal, haast universeel aanvaard, tot
weldaad van zowel producenten als consumenten uit de hele wereld.
Ik vrees echter dat die ideeën en methoden vandaag door commercieel succesvolle consulenten worden toegepast met een rigiditeit en universaliteit waarvan ik niet geloof dat Peynaud ze had kunnen
voorzien, of aanvaarden. Deze ideeën en methoden kunnen, wanneer ze buiten Bordeaux worden toegepast, leiden tot een situatie waarbij terroir wordt opgeofferd aan rijpheid, of zelfs overrijpheid. De
basisprincipes voor het verbeteren van de viticultuur en enologie zijn algemeen bekend. In een wereld met grote wijnoverschotten gaat elke producent waarvan de wijnen niet aan een basisstandaard
voldoen vlug failliet.


Robert Parker is duidelijk correct wanneer hij zegt dat er vandaag in de wereld meer goede, fijne en grote wijnen bestaan dan ooit tevoren.

Robert Parker is duidelijk correct wanneer hij zegt dat er vandaag in de wereld meer goede, fijne en grote wijnen bestaan dan ooit tevoren.

Er bestaat een overdaad aan ‘internationale’ wijnen. Wat we vandaag nodig hebben is micromanagement van de wijnproductie om het terroir zich volledig te laten uitdrukken op een internationaal
kwaliteitsniveau. En zelfs Michel Rolland is niet in staat om honderd producenten te micromanagen. Daarom geloof ik dat zijn invloed op de wijnwereld in toenemende mate negatief is. Wat we nodig
hebben (en gelukkig ook hebben) zijn honderden of duizenden wijnmakers die de internationale wijnmaakprincipes toepassen met een onbeperkte zorg voor de details van hun specifieke, unieke terroirs.
Ik zal enkele wijnmakers noemen die ik zeer bewonder. Uiteraard staan er in het lijstje geen wijnmakers die ik vertegenwoordig. Maar ik zal eerder wijn kopen van degenen die ik hieronder vermeld dan
dat ik ooit wijn zal kopen die beïnvloed is door internationale consulenten. Ik geef grif en graag toe dat dit een gemakkelijke lijst is van traditionele wijnboeren, velen met een lange staat van
dienst:

Adelsheim
Ancien
Ridge
Talbott
Plumerillo
Humberto Canale
J J Prum
Weinbach
Madame Lalou Bize Leroy
Paul & François Cotat
Chateau Léoville-Barton
Henri Bonneau
Vega Sicilia
La Rioja Alta
Bruno Giacosa
Badia a Coltibuono

Ik weet dat dit een enigszins prekerig artikel is, maar de reden is dat ik nog steeds gemengde gevoelens koester over Michel Rolland en de Internationalisatie van Wijn. Robert Parker is duidelijk
correct wanneer hij zegt dat er vandaag in de wereld meer goede, fijne en grote wijnen bestaan dan ooit tevoren. Dat is al minstens twintig jaar het geval. Ik ben daar dankbaar voor. Ik geloof echter
ook dat de markt en de wereldwijde kennis een punt hebben gemaakt van volledige rijpheid, zuivere druiven en goede productieprincipes. De tijd is nu aangebroken om individualiteit en terroir te
benadrukken, zoals duizenden goede onafhankelijke wijnmakers al aan het doen zijn, zonder de nood aan dure consulenten zoals Michel Rolland. Ik stem met mijn persoonlijke én zakelijke kapitaal voor
zij die hiernaar streven, zolang als kwaliteit en individualiteit hand in hand gaan.

Dan Kravitz zit al meer dan twintig jaar
in de Amerikaanse wijnbusiness als importeur en distributeur en eigenaar van Hand Picked Selections. Robert Parker noemde hem ooit
"waarschijnlijk de topimporteur in de VS die gespecialiseerd is in wijnen van minder dan 10 dollar". Hij schreef dit artikel ten persoonlijke titel. Clos de los Siete is in België oa. verkrijgbaar bij
Cuvée en in Nederland oa. bij Hanos.

Tags: ,


Reacties zijn gesloten.

Lees ook deze artikels: